De hel die ’solden’ noemt juni 30, 2008
Het zijn weer solden. En dat zal iedereen die dezer dagen een stapje buiten durft zetten, geweten hebben. Omdat ik nog een paar dingetjes nodig had om mee te nemen op reis, besloot ik mij in de drukte te begeven. Na amper tien minuten had ik daar al spijt van. Overal waren massa’s mensen. Bomma’s en tieners lopen je ongegeneerd omver. Er zijn overal wachtrijen van zo’n tien man aan de pashokjes en aan de kassa. Nergens vindt je je maat in het kledingstuk dat je aanspreekt. En de dingen die je echt tof vindt, die zijn uiteraard niet in solden.
Soit, ik heb er nooit van gehouden, en ik zal het ook nooit doen. Want om ook echt goede koopjes te doen moet je al veel geluk hebben, en uiteraard je mannetje kunnen staan te midden van de bende hongerige kopers.
Helaas viel ik volledig uit de lucht. Verdikke, ik haalde de laatste les in mei niet meer (wegens thesisperikelen). En dus maakte ik onbewust de laatste les van leraar Ward mee zo’n dikke maand geleden. Ontzettend jammer vind ik dat. De afgelopen vier jaar heb ik ofwel een volledig jaar of half jaar les gevolgd aldaar en veel fijne momenten beleefd. Het enthousiasme van Wardmans werkte aanstekelijk. Natuurlijk is tappen op zich ook al geweldig, maar een toffe leraar kan het verschil maken. Ik sta nog wat twijfelachtig tegenover volgend jaar, en wat het worden zal met een nieuwe leerkracht. Mocht ene Ward toevallig op deze blog terechtkomen: merci!

Ik ben allesbehalve een trouwe lesganger. Maar toen ik me deze week realiseerde dat ik van een bepaald vak slechts één les bijwoonde, vond ik dat het tijd was toch iets vaker te gaan. De lessen zijn sowieso specifieker en interessanter dan de eerste jaren, maar die masterproef slorpt toch een groot deel op van de beschikbare tijd. Zo gezegd, zo gedaan. En zo stond ik deze week in de aula klaar om een gastcollege van de heer Eyskens en de heer Tegenbos aan te horen. Eyskens was present als verdediger van de politieke wereld en Tegenbos als specialist uit het journalistieke veld. Beide leken al een aantal decennia mee te draaien in hun wereldje. Enthousiast praatten ze over de verhouding tussen de media en de politiek. Ik kon me nauwelijks ernstig houden toen Eyskens, een klein, stevig kereltje van 75, vrolijk zijn uiteenzetting gaf en niet vergat nu en dan een sneer te geven aan journalisten. Moraal van hun verhaal: de verhouding tussen media en politiek is en blijft een problematisch gegeven. Complexe thema’s moeten in amper enkele minuten duidelijk worden gemaakt aan het publiek via de media, de personalisering van nieuwsverhalen wordt steeds verder doorgedreven en niet-communicatievaardige politici vallen ten prooi aan het roofdier dat de media is. Aldus Eyskens. Al gaf Tegenbos daar wel stevig weerwoord: ook de politiek bepaalt wat de media aan bod laat komen, het is niet altijd de media die aan agenda-setting doet. En mensen hebben recht op alle nieuws, ook al is dat nadelig voor bepaalde personen of partijen.